Hoegaarden rouwt om cultuuricoon Luc ‘Lucky’ Vandeplas (71): “Als er iemand naar het paradijs van de artiesten gaat, dan is hij het wel”

Links: Luc werd afgelopen november opgenomen in de Orde van Sint-Gorgonius. Rechts: Luc Vandeplas vertolkt “no’t paradèès van d’artiste”

De gemeente Hoegaarden verliest een van haar meest markante figuren. Luc Vandeplas, de drijvende kracht achter onder meer ’t Paenhuys en De Totale Waanzin, is woensdag op 71-jarige leeftijd overleden. Ondanks een slepende ziekte bleef hij tot het allerlaatste moment op het podium staan. “Hij is het kloppende hart van onze gemeente”, zei burgemeester Joris Verbaeten vorig jaar nog tijdens een speciaal moment voor Luc.

In juli 2024 kreeg Luc de harde diagnose dat hij nog maar enkele maanden te leven had. Maar wie Luc kende, wist dat hij niet zomaar stil zou blijven zitten. Hij noemde de tijd die hem restte zijn “Extra Times”. Die extra tijd gebruikte hij om te doen wat hij het liefste deed: cultuur brengen naar zijn geliefde Hoegaarden. Zo werkte hij nog twee succesvolle ‘Armistis’-opvoeringen af en stond hij op 23 januari van dit jaar te schitteren met De Totale Waanzin in Attenhoven.

Luc, in zijn jeugd liefkozend ‘Lucky’ genoemd, was onlosmakelijk verbonden met het Hoegaardse verenigingsleven. Zijn palmares is indrukwekkend, van het Apostelgenootschap en de Wijngilde tot zijn levenswerk bij jongerencentrum ’t Paenhuys.

Luc Vandeplas als apostel Andreas, tijdens het planten van apostelbloemen. © Christian Hennuy

Burgemeester Joris Verbaeten omschreef hem vorig jaar bij zijn opname in de Orde van Sint-Gorgonius nog als “het kloppend hart” van de gemeente. Al in 1972 stond Luc aan de wieg van wat later ’t Paenhuys zou worden. Hij was er voorzitter, manusje-van-alles en bovenal de man die creativiteit en koppige doorzetting combineerde met een gezonde dosis “goesting”.

Beschermer van het dialect

Ook buiten het podium liet Luc zijn stem horen. Hij was een vurig voorvechter van de Hoegaardse identiteit. Hij verzette zich hevig tegen een mogelijke fusie met Tienen, wat leidde tot het bekende strijdlied ‘We wille ni bé Teujne’, en streed voor de erkenning van het Hoegaards dialect als immaterieel erfgoed.

Luc speelde een goed jaar geleden nog het Hoegaardse volkslied ‘Land van beuj èn biejete’ tijdens de installatievergadering van het nieuwe bestuur.

Zijn inspanningen wierpen vruchten af: onlangs werden het dialect, het Hoegaardse volkslied ‘Land van beuj èn biejete’ en de Palmprocessie officieel opgenomen in de lijst van Vlaams Immaterieel Erfgoed. “Ik aanvaard deze oorkonde in naam van iedereen die de Hoegaardse identiteit verdedigt”, zei hij daarover. “Het belangrijkste is dat we dit doorgeven aan de volgende generaties.”

’t Paradèès van d’artiste

Of het nu als apostel Andreas was in de processie of met zijn mondharmonica bij De Totale Waanzin, Luc bracht overal ambiance. Een van zijn meest typerende momenten was de vertolking van ’t Paradèès van d’artiste’. De tekst “als ich doewed zén wil ich gowen, no’t paradèès van d’artiste” krijgt vandaag een diepe, emotionele lading voor de vele vrienden en bewonderaars die hij achterlaat.

Wie Luc een laatste groet wil brengen, is welkom op vrijdag 20 februari van 18.30 tot 19.30 uur bij hem thuis (Zavelputtenstraat 10, Hoegaarden). De uitvaartplechtigheid vindt plaats op zaterdag 21 februari om 10.30 uur in de parochiekerk Sint-Gorgonius op het Gemeenteplein.

Luc Vandeplas (links) tijdens de opening van het jeugdhuis. © Bollen – Het Laatste Nieuws – 18 februari 2026